MODELVLIEGCLUB
''DE STICKS''
* 1937 *

Deel drie geschiedenis van De Sticks.

 

Marinus gaat verder met zijn verhaal,

Een lid kreeg in die tijd een rijbewijs en we konden tot onze blijdschap ook nog een vrachtwagentje huren.
Zo gingen we op een keer naar een wedstrijd in Oirschot.
Het waaide die dag nogal hard en daar hadden de modellen van toen flink last van.
Vooral in de start moest men zeer voorzichtig zijn wilde men geen vleugels breken.
Thuis vlogen we alleen als het windstil was maar nu moest het, het was immers wedstrijd.
Herhaaldelijk had ik gewaarschuwd dat als je de modellen hard voelt trekken in de start loop er dan tegenin zodat het gevaar van vleugelbreuk zo veel mogelijk wordt tegengegaan.
Ondanks de vele waarschuwingen en goede beloftes braken er toch nog van drie kisten de vleugels.
Ja men moest nog veel leren.

Het reizen per vrachtwagen was op den duur toch 'n te hoge kostenpost voor de club, ondanks de goedkope chauffeur.
Door een toeval hoorden we dat de club in Weert hun modellenwagen wilde verkopen.
Wij togen naar Weert op zoek naar de betreffende wagen welke bij de bouwleider van die club stond in een schuurtje
dat speciaal voor deze modellenwagen was gebouwd.
Wij konden de wagen kopen, maar wel zonder de wielen.
De zondag daarop weer met de fiets naar Weert, nu hadden we een paar fietswielen bij die onder de wagen werden geschroefd.
En zo konden we aan de thuisreis beginnen.
Juist toen we gereed waren om te vertrekken kwam de bouwleider van de Weertse club thuis.
Hij had de wagen gebouwd en er, dat is zeker, menig vrij uurtje aan opgeofferd.
We praatten nog wat met hem over de club en het vliegen.
Ik zag aan zijn gezicht dat hij de wagen niet graag zag vertrekken en hij op betere dagen hoopte, maar ja het bestuur
had die beslissing genomen en dus moest hij er genoegen mee nemen, iets wat deze man zwaar viel.
Het was al bijna donker toen de lange weg naar Keldonk aanvaard werd, met de wagen achter de fiets.
Tegen twaalf uur middernacht passeerden we Helmond en rond de klok van 1 uur waren we thuis met in ons bezit
de modellenwagen die ons zeer vertrouwd zou worden.
Hij heeft ons vele malen zijn diensten bewezen en veel reizen met onze club gemaakt, onder andere naar Riel en Eindhoven en nog verschillende andere plaatsen.
Men kon er flink wat modellen in vervoeren zodat hij de naam van ''modellenwagen'' met ere droeg.

In de jaren 1950-'51 heeft de KNVVL al een paar keer een film vertoond, in het parochiehuis van Keldonk en Erp.
Voor die tijd was de bezetting al zeer goed en het was op zo'n filmavond dat onze voorzitter van toen J. v. Lith
(na jaren afwezigheid thans weer actief van onze ''Sticks'') het klaar speelde jonkheer de Cuiper de belofte te ontfutselen
ieder jaar 25 gulden aan de club te geven.
Jonkheer de Cuiper hield trouw zijn belofte en gaf trouw elk jaar de 25 gulden aan onze club.
Dankzij de hierboven vermelde Jonkheer en pastoor Pulles kwam de club in het bezit van een motormodel.
Het was een ''Slicker'' een Engels model met een E.D. Special 2 cc. dieselmotor.
Later kocht ons clublid P. v.d. Linden zo'n zelfde type motormodel.

Slicker 50
A 50” free flight power model with great performance.
Span 1270 mm (50”)
Engine 1.5 - 2.5 cc 2 stroke
Free Flight

Ook kwam in die tijd de reizende bouwleider van de KNVVL een paar maal de Keldonkse club bezoeken en maakte er telkens een gezellige praatavond van.

Het was omstreeks deze jaren dat het lintvliegen z'n intrede deed en wij hierin wel toekomst zagen, te meer daar er maar een klein terrein voor nodig was.
Iets wat men van het zweefvliegen niet kon zeggen.
De plaatsen waar men met zweefvliegtuigen kon vliegen begon schaars te worden.
Op de heide achter de Keldonkse bossen ging het nog wel.
Elders moest men maar ergens op een weg starten, hoe het landen zou gaan wachtte men maar af.
Aan radiobesturing dacht men toen helemaal nog niet.
Dus was het lintvliegen een uitkomst en tevens een flinke stap vooruit.
Zelf vond ik het heel ideaal, zo'n model kon men tenminste besturen, weg vliegen kon het niet alleen maar neerstorten.
Verschillende leden stapten toen over op het lijnvliegen.
Door de beginnende leden werden nog zwevers gebouwd.

In het jaar 1952-'53 werd het voor mij bijzonder moeilijk om me geheel aan de club te wijden, m'n gezin en bedrijf vroegen
al mijn vrije tijd zodat ik het niet meer kon opbrengen.
Ik bleef wel lid van de club, maar niet actief.
Ik hoopte dat de overige leden de club draaiende zouden houden, maar die hoop zag ik in rook opgaan.
Iets wat ik erg jammer vond.
Ten einde raad stelde pastoor Pulles voor om de club stil te leggen, maar niet te ontbinden.
Dan konden we altijd nog doorgaan als we meer tijd hadden.
Dus was de club een tijdje schijndood.